De vrijmetselarij is in Nederland de oudste vereniging met rechtspersoonlijkheid. Vanaf 1734 groeide de beweging uit van een handjevol Haagse broeders tot een levende traditie met duizenden leden. Dit is haar geschiedenis.
De eerste loge in Den Haag (1734)
De eerste activiteiten op het gebied van de vrijmetselarij in Nederland vonden plaats tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, toen Britse vrijmetselaars in 1720-1721 bijeenkwamen in Rotterdam. Met hulp van vrijmetselaars uit Engeland en Frankrijk werd al in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse loge opgericht — in het logement Lion d’Or, het latere House of Lords.
Van losse loges naar één nationale orde (1756–1817)
Op 26 december 1756 vormden een tiental loges samen de ‘Groote Loge der Zeven Verenigde Nederlanden’, de voorloper van de huidige Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Wikipedia Onder grootmeester Carel baron van Boetzelaar (1759–1798) groeide het aantal loges van circa twintig naar ruim zeventig, en vertienvoudigde het ledental. Het gezag breidde zich uit naar de Antillen, Suriname, Ceylon en Zuid-Afrika.
Koninklijke betrokkenheid en bloei in de 19e eeuw
Twee prinsen uit het Huis van Oranje vervulden in de negentiende eeuw de functie van grootmeester: prins Frederik gedurende 65 jaar (1816–1881), en prins Alexander van 1882 tot zijn vroege dood in 1884. Loge Ultrajectina Onder hun leiding bereikte de vrijmetselarij in Nederland een hoogtepunt van maatschappelijke invloed en prestige.
Verbod, oorlog en verlies (1940–1945)
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de vrijmetselarij door de bezetter verboden en afgeschilderd als een volksvijandige organisatie. Fondsen en bezittingen werden in beslag genomen of vernietigd. De grootmeester van het Grootoosten der Nederlanden, Hermanus van Tongeren (1876–1941), werd opgepakt en overleed in een concentratiekamp.
Herstel en heden
Na 1945 herbouwde de orde zich langzaam. Anno 2025 telt de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden ongeveer 5.500 leden. Naast deze grootste orde zijn er kleinere obediënties voor mannen, vrouwen en gemengde groepen actief in Nederland.
Bronnen: